Het Teylersmuseum

Het Teylersmuseum

Het eerste en oudste museum van Nederland

De geschiedenis van het Teylers Museum




Het Teylers Museum is genoemd naar Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778), een rijke Haarlemse laken- en zijdefabrikant en bankier. Als aanhanger van de Verlichting had Pieter Teyler grote belangstelling voor kunst en wetenschap. Bij testament liet hij zijn collectie en vermogen na aan Teylers Stichting, die onder meer de bevordering van kunst en wetenschap tot doel had.

Teylers Museum

Pieter Teyler van der Hulst was een telg uit een Doopsgezind geslacht, actief in de textielnijverheid, dat in de 16de eeuw vanuit Schotland om religieuze redenen naar Haarlem was uitgeweken. Net als zijn vader was Pieter Teyler een succesvol zijdekoopman; vanaf 1763 verlegde hij zijn activiteiten echter steeds meer naar de financiële wereld en werd hij ook bankier. Als typisch vertegenwoordiger van de Verlichting had Teyler een brede belangstelling voor wetenschap en kunst. Op beide terreinen legde hij verzamelingen aan. Daarnaast was hij zeer geïnteresseerd in theologie. In 1728 trouwde hij met Helena Wijnands Verschaven. In 1756, kort na de dood van zijn echtgenote, maakte Pieter Teyler zijn testament op.

Hij vermaakte zijn aanzienlijke vermogen aan een stichting die bestuurd moest worden door vijf directeuren, gekozen onder zijn Doopsgezinde vrienden. Als doelstellingen van de stichting noemde Teyler het bevorderen van godsdienst en het stimuleren van kunsten en wetenschappen. Teylers Stichting is nog steeds actief op die terreinen, door het uitschrijven van prijsvragen door de twee geleerde Genootschappen die onder de stichting vallen. Liefdadigheid en armenzorg behoren ook tot de doelstellingen van Teylers Stichting. Deze doelstellingen worden met Teylers Hofje nog steeds beoefend.

Uit hoofde van het testament werd de Stichting in 1778, na Pieter Teylers overlijden, eigenaar van zijn woonhuis aan de Damstraat en van zijn verzamelingen op het gebied van natuurlijke historie, penning- en tekenkunst, alsmede van zijn boekerij. Hoewel de eerste directeuren weinig belang zagen in Teylers eigen collectie, die grotendeels van de hand gedaan werd, gaven zij Leendert Viervant in 1779 opdracht tot het ontwerpen van een ‘Boek- en Konstzael’ achter het Fundatiehuis. Zo ontstond de Ovale Zaal, die in 1784 voor het publiek openging. Martinus van Marum werd aangesteld als eerste directeur van het museum.

Bij de uitvoering van het testament werd besloten een centrum voor kennis en onderwijs te stichten achter het woonhuis van Pieter Teyler. In Teylers Museum werden voorwerpen van kunst en wetenschap (boeken, natuurkundige instrumenten, tekeningen, fossielen en mineralen) onder één dak bijeengebracht. Dit was een revolutionair initiatief voortkomend uit de idealen van de Verlichting: een kennisinstituut door en voor burgers waar men zonder dwang van Kerk of Staat zelf de wereld kon ontdekken. In de eeuwen daarna werd het museum uitgebreid. In de 19e eeuw werd het museum uitgebreid met een Leeszaal (1825), de Eerste Schilderijenzaal (1838) en de Tweede Schilderijenzaal (1892). In 1878 werd een nieuwe entree aan het Spaarne gebouwd naar ontwerp van de Weense architect Christian Ulrich. De Haarlemse architect A. van der Steur ontwierp de achterliggende zalen: de Eerste en Tweede Fossielenzaal en de Instrumentenzaal. In 1990 was er een prijsvraag voor uitbreiding en verbouwing. Deze werd gewonnen door het bureau van Hubert-Jan Henket. Eerst werd het pand Zegelwaarden, op de hoek van de Bakenessergracht en de Nauwe Appelaarsteeg, verbouwd tot depot en kantoorruimte. Ook kwam er een zij-ingang aan de Nauwe Appelaarsteeg. Deze uitbreiding werd in 1993 voltooid. Daarna volgde in 1996 de bouw van een tuinzaal, waar het museumcafé in is gevestigd, en een zaal voor tijdelijke tentoonstellingen. In 2002 werd het woonhuis, links naast de ingang aan het Spaarne, verbouwd en ingericht als museumwinkel. Het museum telt nu 12 tentoonstellingszalen.

 

KLIK HIER!!

 

 

Comments are closed.